Structuur land- en tuinbouw

In de afgelopen jaren hebben de glastuinbouw en intensieve veehouderij zich heel anders ontwikkeld dan de akkerbouw en melkveehouderij. In de niet-grondgebonden sectoren is het aantal bedrijven sterk afgenomen en zijn de doorgaande bedrijven fors gegroeid. Dankzij de sterke schaalvergroting en intensivering is het aandeel van de niet-grondgebonden sectoren in werkgelegenheid en economische omvang van de totale primaire sector sinds 2000 ongeveer gelijk gebleven (rond de 50%); in 1980 bedroeg het aandeel nog een derde. De ingrijpende sanering heeft onder meer te maken met het beleid op het gebied van milieu en dierenwelzijn (opkoopregelingen, vereiste investeringen) en ongunstige marktontwikkelingen (afzetmogelijkheden en prijzen), versterkt door de economische crisis.

De druk op de glastuinbouw uitte zich onder andere in een toename van het aantal faillissementen, krimp van het sierteeltareaal en het interen op het eigen vermogen door ontsparingen en waardedaling van de glastuinbouwgrond. De economische tegenwind remt de technologische ontwikkeling die zo kenmerkend is voor deze sector. Ook de varkenshouderij maakt lastige tijden door, hoewel de inkomens recentelijk duidelijk zijn verbeterd. De slechte resultaten in de jaren daarvoor leidden tot een lagere solvabiliteit. Het ruimtelijk beleid van de reconstructieprovincies lijkt steeds meer uiteen te gaan lopen. Door toenemende maatschappelijke druk spelen eisen rond dierenwelzijn en volksgezondheid een steeds grotere rol in dit beleid.

Hoe anders is het sentiment in de grondgebonden sectoren in de laatste jaren. Voor 2000 werd terrein verloren aan de niet-grondgebonden sectoren, afgemeten aan werkgelegenheid en economische omvang. Het aantal bedrijven is maar weinig gedaald, met name na 2007. De grondgebonden sectoren lijken nauwelijks te zijn geraakt door de economische crisis; de structurele ontwikkelingen worden vooral bepaald door de leeftijdsopbouw van de bedrijfshoofden, de opvolgingssituatie en (arbeidsbesparende) technische ontwikkelingen, die worden gezien als de vrij stabiele drijvende krachten. Het waren, zijn en blijven voor het overgrote deel gezinsbedrijven in de grondgebonden sectoren. Schaalvergroting binnen de setting van het gezinsbedrijf is vooral mogelijk gemaakt door de technologische ontwikkelingen, waaronder de melkrobot. De arbeidsbezetting is over een periode van meer dan 30 jaar dan ook nauwelijks veranderd, en bestaat vrijwel geheel uit gezinsarbeid.

De huidige positie en vooruitzichten van de grondgebonden sectoren lijken vrij rooskleurig. De melkveehouders anticiperen voluit op de afschaffing van de melkquotering volgend jaar, wat onder meer blijkt uit de vrij sterke toename van de melkveestapel. In de akkerbouw hebben de bedrijfsresultaten vanaf 2008 duidelijk in de lift gezeten. De verwachtingen hebben mede geleid tot een sterke stijging van de grondprijs voor akkerbouw- en grasland. In 2012 bedroeg de prijs circa 50.000 euro per ha, een factor 2,5 boven die in landen als Duitsland, Denemarken en Engeland. Zonder abrupte veranderingen, zoals in de markt van landbouwproducten, zal de vraag naar grond hoog blijven mede door de aanscherping van het mestbeleid. Behalve aankoop is pacht een manier om over grond te kunnen beschikken. Daarbij van belang is of en hoe de pachtregelgeving zal worden aangepast.

Lees meer >