Wet Verantwoorde groei melkveehouderij

Op 1 april 2015 is er een einde gekomen aan de melkquotering. Deze heeft sinds de invoering in 1984 ruim 30 jaar de omvang van de melkproductie beperkt. Door de afschaffing van de melkquotering kan de melkproductie weer toenemen tot het punt waar de extra kosten bij uitbreiding niet meer worden goedgemaakt door de extra opbrengsten.

De opbrengst is afhankelijk van de melkprijs en die wordt bepaald door de omvang van vraag en aanbod naar zuivelproducten op de wereldmarkt. De belangrijkste kostenposten zijn: voer, arbeid, machines, gebouwen, grond; bij een hogere melkproductie per hectare worden de kosten voor de afzet van mest belangrijker. Fosfaat is daarbij de meest beperkende factor, omdat in de Nederlandse landbouw de plaatsingsruimte voor fosfaat volledig is benut.

Om te voorkomen dat de uitbreiding van de melkveehouderij extra druk zal leggen op de mestmarkt (hogere mestafzetprijzen) is in 2014 de wet Verantwoorde groei melkveehouderij (EZ, 2014a en b) aangenomen. Evaluatie van deze ‘melkveewet’ liet zien dat bij groei van de melkveehouderij de grondgebondenheid zou verminderen. Om meer grondgebondenheid te waarborgen is aansluitend op de wet Verantwoorde groei melkveehouderij een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) aangenomen.

Dit katern brengt de effecten van de wet Verantwoorde groei melkveehouderij en de daaraan verbonden AMvB over grondgebondenheid in beeld.

Lees verder >