Landbouw, milieu en dierenwelzijn

De milieudruk door de primaire land- en tuinbouw is zichtbaar en meetbaar via verschillende milieu-indicatoren. Er is een grote variëteit in de ontwikkeling per milieu-indicator. Zo neemt de fosfaatdruk zeer sterk af als gevolg van export van mest, afname van kunstmestgebruik en lagere fosfaatgehalten in voer en daarmee in de mest. De emissie van broeikasgassen (methaan, lachgas en kooldioxide) en het gebruik van bestrijdingsmiddelen laten vrijwel geen dalende lijn zien.


Figuur 5.1 Ontwikkeling milieu-indicatoren vanaf 2000

Het netto energiegebruik daalde tussen 2000 en 2013 met 20%. Voor de glastuinbouwsector en de overige land- en tuinbouwsectoren is de daling vrijwel vergelijkbaar (20% respectievelijk 17%). Bij zowel de glastuinbouw als de overige sectoren verhoogt enerzijds intensivering van de productie de energievraag, anderzijds neemt het energieverbruik af door energiebesparende maatregelen.

Gemeenten en provincies mogen het ruimtebeleid niet gebruiken om landbouwbedrijven regels op te leggen op bijvoorbeeld het gebied van dierenwelzijn. Via de zogenaamde Brabantwet wil staatssecretaris Dijksma het voor gemeenten en provincies alsnog mogelijk maken om aspecten van duurzaamheid die niet ‘ruimtelijk relevant’ zijn toch onder te brengen in bestemmingsplannen of de provinciale Verordening Ruimte.

Insleep van dierziekten vormt een groot gevaar voor de Nederlandse veehouderij. Eén van de belangrijkste maatregelen om insleep van dierziekten te voorkomen is het verder verhogen van de bioveiligheid (biosecurity) van veehouderijbedrijven.

Lees het hele hoofdstuk:
Landbouw, milieu en dierenwelzijn