Hoofdstuk 5: Landbouw, milieu en dierenwelzijn

De milieudruk van de primaire landbouw laat een wisselend beeld zien. Zo stijgt sinds een aantal jaren het verbruik van gewasbeschermingsmiddelen weer. Het middelengebruik ligt nu op het niveau van het jaar 2000. De 2e Nota Duurzame Gewasbescherming (“Gezonde Groei, Duurzame Oogst”) heeft een kanteling teweeg gebracht in de verhoudingen binnen de productieketen. Die kanteling is voortgekomen uit de beleidsmatige overstap van vermindering van de milieubelasting (2001-2010) naar vermindering van het aantal normoverschrijdingen (2013-2023). Risico’s voor volksgezondheid van het gebruik van bestrijdingsmiddelen hebben momenteel brede aandacht, niet alleen de toepassing van middelen maar ook de kans op residuen.

De totale uitstoot van broeikasgassen uit de land- en tuinbouw is sinds 1990 met zo’n 15% gedaald. De daling is het grootste bij lachgas. De gestelde doelen voor 2020 lijken, mede vanwege diverse initiatieven in de sector om de uitstoot te verminderen, haalbaar. De glastuinbouw loopt bij de reductie van de CO2-emissie ver voor op de landelijke ontwikkeling.

De glastuinbouw verbruikte in 2012 56% minder primaire brandstof per eenheid product dan in 1990. Daarmee is de energie-efficiëntie - de verhouding tussen het verbruik van primaire brandstof en productievolume - nog 1 procentpunt verwijderd van het doel voor 2020. De warmtekracht-installaties dragen veel bij aan de verbeterde energie-efficiëntie.

De aanvoer van mineralen op Nederlandse landbouwgrond daalt gestaag, doordat steeds meer mest, vooral van pluimvee, wordt geëxporteerd. Zo nam van 2006 tot 2012 de export met 65% toe tot 28 mln. kg fosfaat. In 2013 bleef de export nagenoeg gelijk aan 2012. Wel vond een verschuiving in de export plaats van pluimvee- naar varkensmest. De export van varkensmest is de laatste twee jaar verdubbeld naar 7 mln. kg fosfaat in 2012.

In 2012 lag de ammoniakemissie van de agrarische sector op 102 kiloton, een daling met 69% ten opzichte van 1990 dankzij het emissiearm toedienen van mest, vermindering van het aantal dieren en meer export en verwerking mest. Samen met de ammoniakemissie uit niet-landbouwbronnen werd in 2012 in Nederland 108 kiloton ammoniak uitgestoten, 20 kiloton minder dan het plafond van de Europese National Emission Ceiling-richtlijn (NEC).

Jaarlijks worden ruim 12 miljoen levende dieren verplaatst in ruim 50.000 lange afstandstransporten. Dankzij EU-wetgeving is het dierenwelzijn tijdens transport verbeterd; de wetgeving wordt verschillend gehandhaafd in de lidstaten, wat tot onduidelijkheid leidt bij transporteurs. De regels hebben niet geleid tot een afname van het aantal vervoerde dieren. De Europese Commissie streeft verdere verbetering van het welzijn na door de handhaving te uniformeren en private certificering te stimuleren.

Het welzijn van landbouwhuisdieren blijft een belangrijk maatschappelijk thema. In de discussies gaat het vaak over fysieke omgevingsfactoren, zoals ruimte in de stal en voeding, die een bijdrage kunnen leveren aan een beter welzijn. Een welzijnsmonitor maakt het mogelijk meer inzicht te krijgen in effecten van verschillend management op de primaire bedrijven.

Lees meer >