Hoofdstuk 3: De Nederlandse agrosector

In de voedings- en genotmiddelenindustrie (V&G-industrie;) werken circa 157.000 mensen; met een omzet van 66 miljard euro is het de grootste tak van de industrie. De V&G-industrie; komt de crisis beter door dan de meeste andere sectoren van de industrie. Hoewel het aantal fusies en overnames door de crisis enigszins stagneert, vinden er nog wel transacties plaats. Vooral private equity bedrijven roeren zich op de overnamemarkt. Een aantal grote multinationale ondernemingen desinvesteert, noodgedwongen maar ook door een koerswijziging in het beleid, met afstoten van niet-kernactiviteiten tot gevolg. De zuivelindustrie investeert daarentegen fors, vooral in uitbreiding van productiecapaciteit met het oog op de afschaffing van de melkquotering in 2015.

De speciaalzaken in voedings- en genotmiddelen zien hun omzet steeds verder afkalven. Voor het eerst in jaren stagneert ook de omzet van de supermarkten. Nederland heeft van alle West-Europese landen de meeste supermarkten per inwoner en de meeste formules, maar die aantallen zullen afnemen. Steeds meer supermarkten gaan online. De omzet die daarmee wordt behaald is vooralsnog beperkt, maar zou de komende jaren met dubbele cijfers kunnen groeien gezien de ontwikkelingen in het buitenland.

Huishoudens gaven in 2012 circa 42 miljard euro uit aan voedings- en genotmiddelen, dat is zo’n 15% van de totale consumentenbestedingen. De consumentenbestedingen aan biologische producten overschreden in 2012 voor het eerst de grens van 1 miljard euro, dat is 14% meer dan het jaar ervoor. Op uitgaven aan eten en drinken buiten de deur wordt bezuinigd.

Lees meer >