Hoofdstuk 2: EU-beleid voor de landbouw

Sinds de start van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in 1962 is de inhoud ervan voortdurend gewijzigd. Toen er na een geleidelijke uitbouw van het beleid in de jaren zestig en zeventig grote productie-overschotten ontstonden, die op hun beurt leidden tot conflicten met handelspartners en hoge budgetlasten, volgde een aantal beleidsaanpassingen. Daarin werd de prijsondersteuning geleidelijk voor steeds meer producten omgezet in inkomensondersteuning en kwam er ook een steeds groter accent op landbouwmilieumaatregelen te liggen.

In 2013 hebben de Europese Commissie, de Raad van Landbouwministers en het Europees Parlement een akkoord bereikt over de inhoud van het GLB tussen 2014 en 2020. In de eerste pijler zullen de toeslagen als hectarepremies worden toegekend, waarvan een deel alleen wordt verkregen als boeren aan drie vergroeningsvoorwaarden voldoen. Hierdoor veranderen de ontvangsten aan toeslagen voor boeren. Die veranderingen worden nog vergroot door een verlaging van het GLB-budget en een afroming van de budgetten van de oude lidstaten ten gunste van de nieuwe lidstaten. Het EU-plattelandsbeleid van de tweede pijler blijft in de periode 2014-2020 vrijwel gelijk aan dat in de jaren 2007-2013.

In 2015 loopt de melkquotering af. De negen lidstaten die in 2013 hun quotum overschreden, pleiten voor een verruiming van de quota in 2014. Vanwege wettelijke en maatschappelijke eisen kunnen melkveehouders vanaf 2015 niet onbelemmerd meer melk gaan produceren. Een hogere EU-aanvoer van melk zal door de grote vraag naar zuivelproducten op de wereldmarkt gemakkelijk kunnen worden afgezet.

Eind 2014 wordt de EU-verordening over de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten van kracht. In dat kader moet een besluit worden genomen op welke manier de herkomst op de verpakking van varkens-, pluimvee-, schapen- en geitenvlees moet worden aangeduid. Daarover is nog geen overeenstemming bereikt.

Lees meer >