De land- en tuinbouw in algemeen-economisch perspectief

Mede dankzij de lage olieprijzen zullen de economieën van alle lidstaten van de EU in 2015 voor het eerst sinds 2007 weer groeien. De groeivooruitzichten in heel Europa laten als gevolg van een zwak investeringsklimaat en een hoge werkloosheid nog te wensen over, maar zijn op korte termijn wel verbeterd. De economische prestaties in de EU blijven van lidstaat tot lidstaat uiteenlopen. Naar verwachting groeit de Nederlandse economie in 2015 en 2016 tussen 1,5% en 2%.

Op de internationale landbouwmarkten staan de prijzen onder druk. De reële FAO-voedselprijsindex is in april 2015 uitgekomen op 128 punten, een daling van meer dan 30 punten (20%) ten opzichte van dezelfde periode in 2014. De voedselprijsindex staat hiermee op het laagste niveau sinds mei 2009. De prijsdalingen houden verband met de waardestijging van de Amerikaanse dollar, maar ook met een relatief hoge productie van akkerbouwproducten, zuivel en vlees.

Als geheel is de EU een bescheiden netto-importeur van agrarische producten. De belangrijkste importproducten zijn vis, fruit en noten, veevoer en koffie, thee en specerijen. Aan de uitvoerkant gaat het om dranken, zuivel en vlees. De EU heeft een aandeel van circa 80% in de Nederlandse agrarische export en van bijna 60% in de agrarische import van Nederland. De waarde van de Nederlandse in- en uitvoer van agrarische producten nam in 2014 licht toe ten opzichte van 2012.

De Nederlandse in- en uitvoer zijn veelzijdig samengesteld. Enkele belangrijke producten in de invoer zijn oliehoudende zaden, vetten en oliën en veevoer. Bij de uitvoer springen sierteeltproducten en vlees er bovenuit. De Nederlandse agrarische handel speelt zich vooral af met onze buurlanden: Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Zowel bij de invoer als bij de uitvoer is Duitsland de belangrijkste handelspartner.

In de multilaterale onderhandelingen van de Doha-ronde bereikten de 160 WTO-leden in 2013 een akkoord over het aanhouden van voedselvoorraden, verbetering van markttoegang voor ontwikkelingslanden en handelsfacilitatie. De afspraken hadden echter enkele open einden die tot moeizaam verlopende vervolgonderhandelingen leidden. Dankzij de toezegging dat er een permanente regeling komt voor een food reserve scheme voor ontwikkelingslanden, kan de afspraak over handelsfacilitatie als onderdeel van het WTO-verdrag nu ter ratificering aan de leden worden voorgelegd.

Voor afronding van de Doha-ronde is consensus nodig over de drie hoofddossiers: landbouw, niet-landbouw (NAMA, Non Agricultural Market Access) en diensten. In het landbouwdossier wordt gesproken over de hoogte van binnenlandse steun aan de agrarische sector, markttoegang en exportsubsidies. De VS willen dat de grote ontwikkelingslanden (o.a. Brazilië, China, India) hun marktbescherming van en steun aan de agrarische sector sneller verminderen dan ze gezien hun status van ontwikkelingsland zouden hoeven doen.

Naast de inzet in WTO-verband streeft de EU via bilaterale onderhandelingen naar betere toegang tot internationale markten. Met Canada werd in september 2014 een Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) gesloten, dat nog wacht op ratificering door de EU-lidstaten. De besprekingen met de VS over een Transatlantic Tade and Investment Partnership (TTIP) hebben nog niet geleid tot concrete resultaten.

Lees het hele hoofdstuk